Pake Rindert’s verhaal.

Gramps ID S0194

Verhaal

Rindert werd geboren te oudkerk, maar de familie verhuisde al spoedig naar Oudega(H.O.), waar Rinderd zijn jeugd doorbracht op de boerderij van zijn ouders.
Na zijn lagere schooltijd is Rinderd aan de M.U.L.O. in Sneek gaan studeren, waarna hij ook nog een technische opleiding in metaa lging doen aan de technische school in Leeuwarden(?). Uiteindelijk was er na het afronden van zijn opleidingen niet veel werk te vinden, omdat het toen crisis in Europa was. Echter Rinderd was een ondernemend type en had niet veel zin om op het boerenbedrijf van zijn ouders te werken; hij ging daarom samen met zijn maat Max de Bruin er met een stoomdorsmachine op uit.
Later kwam Rindert in dienst bij het Gemeentelijke Electriciteits Bedrijf van de gemeente Menaldumadeel. In eerste instantie was hij monteur, maar hij bracht het al snel tot Chef monteur. Rindert is later bedrijfsleider geworden bij datzelfde bedrijf.
Rindert was een man van vele interessen en een brede kennissen en vriendenkring. Met name houtbewerking was een van zijn grote passies, maar Rinderd was ook een gepassioneerd imker. Deze laatste hobbie moest hij echter opgeven vanwege een allergie voor bijengif.
Rinderd had verder aan de Tramstrjitte te Marssum een grote tuin, waarin hij van alles en nog wat verbouwde en ook een aantal fruitbomen had staan. Niet alleen de tuin had zijn interesse ook de rest van de natuur kreeg van hem voldoende aandacht. Hij was onder meer een vogelkenner en kende als zodanig ook Fugeltje Bosch, met wie hij op nivo over vogels kon praten..
Rindert had echter meer interessante kennissen, zoals Tys Tysma welke gemeentesecretaris is geweest van de gemeente Leeuwarderadeel en als hobby zendamateurisme bedreef.
Nadat Grietje was gestorven was, heeft Rindert eerst enige tijd alleen gewoond, doch heeft op aandringen van zijn dochter en schoonzoon een huishoudster genomen (mevr. Veenstra). Deze mevr. Veenstra was de grootmoeder van Elly Veenstra die bij Rinderts kleinzoon Kees op de lagere school in dezelfde klas zat. Deze huishoudster was echter voor Rindert niet zo'n groot succes, zodat dit ook niet al te lang heeft geduurd. Rindert was toen al afgekeurd voor zijn werk en schreef zich in voor het bejaardentehuis Greunshiem te Leeuwarden, wat toen nog gebouwd moest worden. Hij verkocht zijn eigen huis en ging in afwachting van de gereedkoming van Greunshiem bij zijn dochter met haar man en kinderen inwonen.
Rindert had aan de Schieringerweg een geheel eigen kamer, voorzien van kachel e.d. waar hij zich volledig kon terugtrekken als hij dat nodig vond. Hij heeft onder meer in deze tijd voor en met zijn kleinzoon Kees een postzegelverzameling ingericht, maar vulde ook zijn tijd in met wandelen, fietsen en bezoeken van zijn broers en zusters in Gaasterland.
Rindert had al op vroege leeftijd (50) een hartkwaal (Angina Pectoris) waar op zich nooit iets aan is gebeurd, wel had hij pilletjes op zak, die hij echter nooit heeft gebruikt. Nadat hij uit zijn werk was heeft hij echter weinig last van zijn hart meer gehad. Uiteindelijk is Rinderd gestorven aan darmkanker. Al vrij jong (58) is Rinderd geopereerd aan poliepen in zijn darmen, in het oude stadsziekenhuis te Leeuwarden (aan het Blokplein). Enige jaren voor zijn overlijden is Rinderd al een keer geopereerd geweest aan zijn darmen en kreeg toen een stoma. De laatste maanden van zijn leven bracht Rindert door in het Diakonessenziekenhuis aan de Noordersingel te Leeuwarden, waar hij ook is gestorven. Interessant detail is nog dat Rindert in de laatste maanden van zijn leven in het ziekenhuis nog zijn oude maat Max de Bruin tegenkwam, die toen in een rolstoel zat; ze hadden elkaar toen al tientallen jaren niet meer gezien.

Referenties

    1. MARTENS, Rindert [I0029]