Pa Jan’s verhaal

Gramps ID S0254

Verhaal

Jan werd geboren in Deersum, maar bracht zijn jeugd door in Bozum, de lagere school volgde hij te Bozum en daarna had hij de kans om in Sneek de H.B.S. te gaan volgen; hier koos hij echter niet voor, met als motivatie dat er voor de H.B.S. toch een bepaalde sociale standing nodig was, welke hij niet waar kon maken, omdat het gezin waar hij uit kwam hiert zeker de financieële middelen niet had. Jan koos er voor om de M.U.L.O. te gaan volgen.
Kort nadat Jan zijn opleiding had afgerond, volgde de duitse invasie, in welke tijd Jan heeft ondergedoken gezeten te Wieringen in de Wieringermeerpolder. Hij werkte daar als bakkersknecht en maakt ook het onder water zetten van de polder mee.
Na de oorlog voelde Jan zich geroepen om dienst te nemen voor Nederlands-Indië. De militaire opleiding voor de Indië-tijd kreeg Jan in Engeland. Vervolgens is hij per schip vervoerd naar Indonesië. Hij zat in de tijd van de politionele acies op het eiland Java. Hij had een functie als vaandrig bij de intendance.
Op een gegeven moment raakte Jan gewond, waarbij het verhaal is dat hij bij het schoonmaken van de wapens door een onzorgvuldige maat door beide longen werd geschoten, waarbij ternauwernood het hart en de ruggegraat gemist werden. Hij had dan ook keurige littekens van een in en een uitschotwond op beide zijden van zijn ribbekast. Door deze verwonding is Jan een behoorlijke tijd in Indionesië gehospitaliseerd geweest, waarna hij is teruggekomen naar Nederland.
Jan moet in Indonesië een behoorlijk ruige tijd hebben gehad, met veel feest en behoorlijk drank, en kwam dan ook behoorlijk berooid weer in Nederland aan.
Terug in Nederland heeft hij na een korte acclimatiseringsperiode zijn baan bij de P.T.T. weer opgepakt en leerde hij Jannie Martens kennen.
In 1955 trouwden Jan en Jannie en gingen ze wonen in woonschip "Earst Samar" aan het schooldijkje te Huizum. Er werd gekozen voor een woonschip, omdat er op dat moment woningnood heerste en er niet aan een normale woning was te komen. Vrij snel konden Jan en Jannie met financiële steun van Jannie's ouders het huis aan de Schieringerweg laten bouwen, waar ze in 1957 samen met hun zoon Kees introkken.
Jan was een zeer actief man, hij was naast zijn baan bij de P.T.T. op het telefoondistrict in Leeuwarden ook zeer actief in de vakbond A.B.V.A. (later A.B.V.A.-K.A.B.O) Bij de P.T.T. heeft hij verschillende functies bekleed, o.a. bij de afdeling Personeelszaken, later als chef van de loonadministratie en als laatste als chef van de districts materieelvoorziening. Als collega was hij zeer gerespecteerd,en door velen zeer geliefd. Als vakbondsman zat hij onder andere in de dienstraad bij het telefoondistrict, was hij voorzitter van de afdeling Leeuwarden van de A.B.V.A. (Kantoor toen nog in een statig huis aan de Huizumerlaan) en vulde hij trouw elk jaar belastingaangifteformulieren in voor A.B.V.A. leden op daarvoor georganiseerde avonden.
Als vader deed Jan het echt niet slecht, maar moeten er ook een paar kanttekeningen worden geplaatst.Jan had lol aan het doen van gekke dingen met kinderen, zo liet hij Kees een keer een vlot bouwen van afvalhout, maar er zaten zoveel spijkers in het ding, dat die sowiezo niet wilde blijven drijven. Ook leerde hij Kees en zijn maten al op vroege leeftijd pijpen maken van kalmoeswortel, die dan ook werden aangestoken. Mijn (Kees) ervaring was dat er altijd erg veel mocht, en dat Jan als vader ook altijd aanspreekbaar was, met zeker bij problemen een zeer goede en relativerende kijk op zaken.
Jan zijn hobbies waren:
- vissen, waarbij hij vaak op en meesterlijke wijze zijn vissen wist te verschalken
- tuinieren, het was een man met groene vingers en ook erg handig op het gebied van planten. Daarnaast had hij veel verstand van plantensoorten.
- klussen, Jan verbouwde aan huis alles wat verbetering verdiende en was zeer vaardig met zaag hamer en schroevendraaier.
- puzzelen, het liefste loste hij doorlopers en cryptogrammen op.
Jan overleed in het voorjaar van 1988 aan lever- of darmkanker. Dit gebeurde nadat hij in het najaar daarvoor reeds was geopereerd aan een gezwel aan zijn darmen. Hij wilde hierna nog een keer op reis naar zijn dochter Greet, die toen in Sydney (Australië) woonde. Volgens de geneesheren was er tegen een dergelijke reis geen enkel bezwaar, toen hij aan de heenreis begon voelde hij zich ook prima, echter tijdens de heenrijs op een tussenstop te Goala-Loempoer (Maleisië) begon hij zich snel slechter te voelen en kwam de volgende dag eigenlijk uitgeput bij zijn dochter in Australië aan. Daar hoorde hij na een kort onderzoek van een plaatstelijke arts dat hij leverkanker had in een zeer ver gevorderd stadium. Enkele dagen daarna is dan ook de terugreis alweer aanvaard middels een repatriëring van de A.N.W.B. Meteen na aankomst thuis is Jan vervoerd naar het ziekenhuis M.C.L.-Noord, waar hij in een steeds verslechterende toestand enige weken heeft verbleven. Uiteindelijk heeft de familie kans gezien om Jan weer naar huis te krijgen, waar hij een paar dagen daarna op een ziekenhuisbed in de woonkamer is gestorven.
Jan is gecremeerd te Goutum, zijn as is op zee uitgestrooid.

Referenties

    1. MOLLEMA, Jan Ulbe [I0026]