Marten MARTENS
/home/pa3fre/familie.gpkg.media/MAMA.JPG
Marten MARTENS  ‎(I1743)‎
Voorna(a)m(en): Marten
Achternaam: MARTENS

Geslacht: ManMan
      

Geboorte: 21 maart 1773 31 32 Amsterdam, Amsterdam, Noord-Holland, Nederland
Overleden: 17 februari 1852 ‎(Leeftijd 78)‎ Holwerd, Dongeradeel, Friesland, Nederland
Persoonlijke feiten en details
Geboorte 21 maart 1773 31 32 Amsterdam, Amsterdam, Noord-Holland, Nederland
Breedtegraad: N52.3634 Lengtegraad: E4.9011
Adres:
Amsterdam
Nederland


Toon details Bron: aa Archief Doop-, trouw- en begraafboeken.

Toon details Gedeelde Notitie: - kind:
, Marten
geboortedatum:
21-03-1773
kerk:
Kerk Lam en Toren
godsdienst:
Doopsgezind
vader:
Martens, Sijbrand
moeder:
Woubeek, Elsje
bron:
298 p. 261 ‎(oud pag. 261)‎ nr. 11
Archief van de Burgerlijke Stand: doop-, trouw- en begraafboeken van Amsterdam ‎(retroacta van de Burgerlijke Stand)‎
Doopregister: NL-SAA-23536243


Volwassen doop 4 maart 1795 ‎(Leeftijd 21)‎ Amsterdam, Amsterdam, Noord-Holland, Nederland
Breedtegraad: N52.3634 Lengtegraad: E4.9011
Adres:
Amsterdam
Nederland


Toon details Bron: Lidmatenboeken

Toon details Gedeelde Notitie: - inschrijvingsdatum:
04-03-1795
dopeling:
Martens, Marten
getuige:
Hesselink, Gerrit
getuige:
L??ederbaar, Romke Gerbens
bronverwijzing:
Archief 1120, invnr.215, p.92
Archief van Verenigde Doopsgezinde Gemeente van Amsterdam en rechtsvoorgangers
Lidmaten doopsgezinden: NL-SAA-30197359


Verloving Amelia Johanna BROUWER - 27 december 1799 ‎(Leeftijd 26)‎ Blija, Ferwerderadeel, Friesland, Nederland
Breedtegraad: N53.35 Lengtegraad: E5.8667
Adres:
Blija
Nederland

Huwelijk Amelia Johanna BROUWER - 12 januari 1800 ‎(Leeftijd 26)‎ Blija, Ferwerderadeel, Friesland, Nederland
Breedtegraad: N53.35 Lengtegraad: E5.8667
Adres:
Blija
Nederland


Toon details Bron: aa Archief Doop-, trouw- en begraafboeken.

Toon details Gedeelde Notitie: - Westdongeradeel, huwelijken 1800
Vermelding: Attestatie afgegeven op 12 januari 1800 in Holwerd
Man : Marten Martens afkomstig van Holwerd
Vrouw : Amelia Johanna Brouwer afkomstig van Blija
Opmerking : hij is Doopsgezind leraar te Holwerd

Gestandaardiseerde namen: MARTEN MARTENS en AMALIA

Bron:
Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmatenboeken‎(DTBL)‎
Trouwregister Hervormde gemeente Holwerd 1656-1811
Inventarisnr.: DTB 757
Op microfiche beschikbaar op de studiezaal van Tresoar


Overleden 17 februari 1852 ‎(Leeftijd 78)‎ Holwerd, Dongeradeel, Friesland, Nederland
Breedtegraad: N53.368 Lengtegraad: E5.9
Adres:
Holwerd
Nederland


Toon details Bron: Memories van successie

Toon details Gedeelde Notitie: - Bron: Memories van successie
Soort registratie: Inschrijving Memorie van successie
Plaats: Holwerd

Bijzonderheden:
Filmnummer: 163
Er behoorde geen onroerend goed tot de nalatenschap

DG-leraar; vader van Sybrand-Petrus-Brouwer, genees/heel/vroedmeester Ferwerd, Johanna-Sophia ‎(vrouw van Gerrit Willemsen, timmerman Amsterdam)‎, Elsje-Elisabeth ‎(vrouw van Sybrand Martens, schrijnwerker Groningen)‎, wijlen Jitske-Dyonisia ‎(vrouw van Hendrikus Juit, grutter aldaar; moeder van minderjarige Hendrika Hendrikus Juit)‎ en Petronella-Brouwer Martens Martens, te Ferwerd.

Overledene
Marten Martens overleden op 12-02-1852 wonende te Holwerd

Bronvermelding
Memories kantoor Holwerd, archiefnummer 42, Memories van successie - Tresoar, inventarisnummer 9006, aktenummer 1244
Gemeente: Westdongeradeel
Periode: 1852-1854


Laatste wijziging 12 januari 2018 - 12:20:33
Bekijk details betreffende ...

Ouders familie  (F0656)
Siebrand MARTENS
1741 - 1816
Elsje WOUDBEEK
1740 - 1783
Marten MARTENS
1773 - 1852
Trijntje MARTENS
1774 - 1775
Klaas MARTENS
1775 - 1836
Hendrik MARTENS
1777 - 1846
Symon MARTENS
1778 - 1778
Trijntje MARTENS
1779 - 1780
Trijntje|Elsje MARTENS
1783 - 1784

Stiefouders familie  (F0661)
Siebrand MARTENS
1741 - 1816
Elisabeth CLAASSEN
1751 - 1805
Elisabeth MARTENS
1789 - 1789

Directe familie  (F0032)
Amelia Johanna BROUWER
1775 - 1847
Johanna Sophia MARTENS
1800 - 1800
Johanna Sophia MARTENS
1802 - 1856
Elsje Elisabeth MARTENS
1805 - 1889
Pieter Brouwer MARTENS
1807 - 1813
Jetske Dionijtia MARTENS
1810 - 1845
Petronella Brouwer MARTENS
1814 - 1882
Sybrand Pieter Brouwer MARTENS
1817 - 1889


Notities

Gedeelde Notitie
Leraar doopsgezinden te Holwerd, Blija en Vischbeek. Hij stond daar 50 jaar.
Zijn aanwezigheid is daar aanzienlijk geweest. Hij was tevens schoolopziener in Noord-Oost-Friesland.

Van de website: ­http­://­www­.­pruis­.­f2s­.­com­/­dokumentatie­/­oudholwerd­.­php3­:
..... Ds. M. Martens, die als paedagoog, schrijver, dichter en schoolopziener ook naam heeft gemaakt. ........ Ds. Martens was een groot voorstander van de "richting -1806" en Holwerd had dan ook een grote openbare school. Maar niet allen in Holwerd waren het met deze opvatting eens. Het was in 1865 - vrij vroeg dus - dat te Holwerd plannen werden gemaakt om een Christelijke school te stichten.


Gedeelde Notitie
Bron: ­http­://­www­.­xs4all­.­nl­/%­7Eremery­/­Wijnbeek­/­Friesland­/­friesl37­.­html­
DERDE SCHOOLDISTRICT in de provincie Friesland bezocht door H. Wijnbeek in 1837
Schoolopziener M. Martens, leeraar bij de Doopsgezinde gemeente Holwerd. Ook deze schoolopziener is van vergevorderden leeftijd en schijnt dus niet zoo krachtvol aan de schoolverbetering te kunnen arbeiden als weleer. Althans heb ik daarvan de sporen meenen te vinden bij het schoolbezoek in zijn district.Dat district omvat de stad Dokkum, met vier scholen, de grietenijen Ameland, insgelijks met vier scholen, Ferwerderadeel met acht en West- en Oostdongeradeel met 25 scholen. Van die scholen zijn door Wijnbeek bezocht die van Dokkum, Ameland, 5 van Ferwerderadeel en een van Westdongeradeel bezocht. Dokkum, Ameland, Nes, Ballum, Hallum en Marrum, Buren, Ferwerderadeel, Blija, Ferwerd, Wanswerd, Westdongeradeel, Holwerd.
Dokkum; ofschoon hier meer dan 120 armenkinderen zijn van den leeftijd om school te gaan, is er geen armenschool. Een 40-tal bezoekt de Nederduitsche burgerschool. Voor een grooter getal is er geen plaats. De burgemeester heeft mij verzekerd, dat er een afzonderlijke armenschool voor alle de armenkinderen stond opgerigt te worden. Deze Nederduitsche school bestaat uit twee afdeelingen, hebbende ieder eenen hoofdonderwijzer. Zij worden gehouden in hetzelfde gebouw. De benedenzaal is bestemd voor de twee laagste. Elke zaal was opgevuld met omtrent 160 leerlingen. In het onderwijs der twee afdeelingen is verschil. In de benedenste heerschte wel meer orde dan in de bovenste, doch het onderwijs is er minder deugdelijk. Het werd er voorafgegaan van een gebed, door een der leerlingen rammelend uitgesproken. Er werd nog naar den ouden trant gespeld, alvorens men tot het lezen overging. Dat spellen en het daarop volgend lezen ging op een ongevalligen dreun. Het rekenen bestond in werktuiglijk zamentéllen op de lei. Er werd een weinig Bijbelsche en Vaderlandsche geschiedenis en algemeene aardrijkskunde behandeld, doch zonder gepaste ondervraging of opheldering. Het schrift was zeer matig. Het gezang alleen was vrij goed.
In de hoogste afdeelingen was de rekenkunde ook op te lagen trap, ofschoon er van het rekenen uit het hoofd nogal werk werd gemaakt.Taalkunde werd er mede weinig beoefend. Doch de leestoon was hier natuurlijk, vooral bij de jongens. Dit is eene uitzondering. In schier alle de andere scholen heb ik den leestoon bij de meisjes natuurlijker dan bij de jongens gevonden. De Vaderlandsche geschiedenis en de aardrijkskunde, deze aanvangende met die van het vaderland, werd hier gepast beoefend. Van de schrijfkunst werd hier veel werk gemaakt.
De Fransche dag- en kostschoolhouder was hier kort voor mijne komst overleden en die vacature nog niet vervuld. Ik bezocht hier eindelijk eene Fransche meisjesschool. Het lokaalwas gebrekkig en het onderwijs van de bejaarde schoolhouderes niet boven het middelmatige. De uitspraak van het Fransch mus nogtans zuiver, hetgeen in de Vriesche scholen zelden het geval is. De Vriesche tongval schijnt hinderlijk te zijn aan de goede uitspraak dier taal.
De gebreken, die ik in het schoolonderwijs te dezer stede had opgemerkt, heb ik in eene vergadering van den burgemeester en eenige leden van den Stedelijken Raad en van het Plaatselijk Schooltoevoorzigt aangewezen en van hen de verzekering ontvangen, dat men niets onbeproefd zou laten om dezelve te verbeteren.
Ameland; dit eiland maakt ééne grietenij uit. Het ligt 2 1/2 uur van de noordkust van Vriesland, is omtrent vijf uur lang en twee uren breed. Er zijn drie dorpen, Nes, Ballum en Hollum en een gehucht, Buren geheeten. In elk is eene school. Te Buren zijn de bewoners meest Roomsch; de onderwijzer belijdt de Roomsch Catholijke godsdienst. In de overige dorpen zijn zij Protestantsch ‎(gereformeerd en doopsgezind)‎.
Het schoolgebouw is te Nes ruim, groot en fraai. Te Ballum ook nieuw, doch reeds onbestand tegen het indringen van den regen. Te Hollum oud en slecht. Te Buren is het klein, doch het gehucht telt weinige schoolpligtige kinderen. Te Nes is het onderwijs van den sedert anderhalf jaar aldaar fungeerenden onderwijzer F. C. Dijkstra verstandsontwikkelend en allezins voldoende. Te Ballum is hetzelve vrij voldoende; te Hollum is het zeer achterlijk; te Buren was het vacantie en de onderwijzer van huis.
Met bevreemding vernam ik, dat op dit eiland niet voorzien werd in het schoolonderwijs der kinderen van behoeftigen. De Grietman, Baron van Heeckeren 18), wien ik hierover, zoowel als over de genoemde gebreken van twee der schoolgebouwen heb onderhouden, heeft mij beloofd, dat er op de begrooting van de gemeente jaarlijks een som van f 125,- zou gebragt worden voor het onderwijs der genoemde kinderen en dat voor de verbetering der gebrekkige schoolgebouwen zou gezorgd worden.
Ferwerderadeel; de vijf scholen, door mij in deze grietenij bezocht, zijn die te Blija, met een veel te klein lokaal, te Ferwerd, Hallum, Marrum, met zeer ruime wel ingerigte lokalen, en te Wanserd, met een bekrompen, gebrekkig vertrek, hetwelk den naam van schoollokaal niet verdient.
Wat het onderwijs betreft, hetzelve was te Blija matig. Men volge er nog de spelmethode van Wester, las er tamelijk wel, terwijl er over het gelezene vrij goed tot verstandsontwikkeling ondervraagd werd. Voorts schreef men er vrij goed en was het gezang zacht en zuiver.
Te Ferwerd was een provisioneel onderwijzer, doch die stond vervangen te worden door den onderwijzer te Wanswerd. Deze proisionele onderwijzer, een Noord-Hollander, volgde Nieuwold Prinsens leerwijze en scheen zeer bekwaam te zijn, doch bedierf alles door het gebruik van sterken drank. Te Hallum en te Marrum, waar ook Nieuwolds en Prinsens leer wijze vereenigd gevolgd werd, zag ik daarvan slechts middelmatige vruchten. In de hoogste klasse echter las men op goeden toon. Daar werd ook het verstand geoefend, zoo door gepaste vragen over het gelezene, als door het rekenen uit het hoofd. Het schrift verdiende geprezen te worden. Zulks verdiende vooral het welluidend gezang. Te Marrum is eene menigte kinderen, die door hunne ouders van de school gehouden worden, omdat deze weigerachtig zijn hen te laten vaccineren. Het onderwijs was toch zeer voldoende.
Te Wanswerd waren slechts 24 kinderen; doch het lokaal zou er niet meer kunnen bevatten. Ik vond er het onderwijs in allen opzigte achterlijk, zoodat ik mij verpligt achtte den onderwijzer, Clewits, ernstig te vermanen om in de school te Ferwerd, waar hij benoemd was, eene betere leerwijze te volgen, eenen gepasten leestoon te doen erlangen, de getalleer, het rekenen uit het hoofd, de nieuwe maten en gewigten, het schrijven en het zingen beter te onderwijzen, dan hij hier deed. Het scheen dat de geringheid van het getal leerlingen hem den lust benomen had.
Westdongeradeel; te Holwerd, is de school, welke in deze grietenij door mij bezocht is. Dit dorp is de woonplaats van den schoolopziener. Ik had dus verwacht, dat hij deze school tot een modelschool zoude hebben verheven, doch dit was hier, evenals in het tweede schooldistrict, het geval niet. Op het lokaal was niet te roemen. En hier, zoo als in meest alle de door mij in het derde district bezochte scholen, viel het daglicht den leerlingen regt in de oogen. De leerwijze was een mengeling van die van Wester en Nieuwold, die geen goede vruchten kan opleveren. Er werd nogal tamelijk goed gelezen, doch zonder dat daarbij het verstand geoefend werd, terwijl er eenheid in den gang van het onderwijs ontbrak. Er werd wel een weinig uit het hoofd gerekend, met de nieuwe maten en gewigten bekend gemaakt, tamelijk goed geschreven, de aardrijkskunde van Vriesland en een weinig die der Nederlanden behandeld.
Hetgeen ik ten aanzien van den schoolopziener des tweeden districts heb aangemerkt, is ook van toepassing op dien van het derde.


Gedeelde Notitie
Bron: ­http­://­www­.­xs4all­.­nl­/~­remery­/­Wijnbeek­/­Friesland­/­friesl45­.­html­
DERDE SCHOOLDISTRICT in Friesland bezocht door Wijnbeek in 1845
Schoolopziener M. Martens, predikant bij de Doopsgezinden te Holwerd, hoogbejaard en daardoor minder in staat om scholen te bezoeken en krachtdadig op de verbetering van het onderwijs te werken. Dit viel mij in het oog bij mijn bezoek aan vele der plattelandsscholen van zijn district. Tot dat district behooren behalve de stad Dokkum de grietenijen Ferwerderadeel, Westdongeradeel en Oostdongeradeel, benevens Ameland en Schiermonnikoog. Wijnbeek bezocht: Dokkum, Ferwerderadeel, Blija, Ferwerd, Marrum, Hallum, Westdongeradeel, Holwerd, Waax, Oostdongeradeel, Aalsum, Lioessens, Metslawier, Morra.
Dokkum; aan den ijver en de kunde van de wel zamengestelde Plaatselijke Schoolcommissie alhier, zoowel als aan de belangstelling van het Stedelijk Bestuur, is de verbetering te danken, welke ik er in het schoolwezen gevonden heb. Bij mijn vorig bezoek was er geene afzonderlijke armenschool. Er ging toen naauwelijks een derde van het getal arme kinderen school en wel op de Burgerschool. Voor een grooter getal was er geen plaats. Thans vond ik er eene afzonderlijke armenschool, met ruim 100 kinderen, in een goed, doch wat bekrompen lokaal. Een onderwijzer der burgerschool, J. Sterringa, is er bij geplaatst, een bejaard man van den ouden stempel, doch die op eene zachtaardige wijze de kinderen weet te leiden, te leeren zoo veel zij in hunnen stand noodig hebben en hun goede beginselen in te prenten.
Voorts zijn er twee Nederduitsche burgerscholen; in de eene, welke E. H. Reitsma aan het hoofd heeft, voldeed mij het onderwijs allezins. Minder was dit het geval met de andere school, waarin de grijze W. Sonnenberg bij mij den wensch deed oprijzen, dat hij eene eervolle rust mogt gaan genieten.
Maar waar het schoolwezen grootelijks verbeterd is, is de Fransche dag - en kostschool voor jongens. Kort na mijn vorig bezoek, toen een min geschikten onderwijzer juist overleden was, is er een van den eersten rang, met name M. Pruim, in zijne plaats aangesteld. Deze, welke ervaren is in de gewone hedendaagsche talen en de verdere takken van beschaving, heeft twee ondermeesters, in dit alles insgelijks wel bedreven. Het onderwijs voldeed mij in alle opzigten. Zoo ook de huisselijke inrigting. Het is de voornaamste jongenskostschool van geheel Vriesland en is dan ook in eenen bloeijenden staat, tellende een 18-tal kostleerlingen, terwijl het getal dagscholieren 30 bedroeg.
Bij het vorig bezoek was hier eene weinig beteekenende meisjesschool. Sedert is de toenmalige onderwijzeres opgevolgd door eene jonge dame, met name J. C. M. Rouffaer, wier school ook in een bloeienden staat is, doch die nu aan de koorts leed, en, daar de vacantietijd op handen was, geene school meer hield. De inrigting beviel mij allezins.
Grietenij Ferwerderadeel; deze grietenij grenst aan de woonplaats van den schoolopziener. Ik ben dus vroeg in den morgen van Dokkum uitgereden om hem af te halen en eenige scholen dier grietenij met hem te bezoeken. Maar den goeden grijsaard was het ontdacht, dat op dien dag de onderwijzers dier grietenij eene zangvereeniging moesten bijwonen. Ik ontwaarde dit bij het bezoek. Om echter geene vergeefsche reis gedaan te hebben, hebben wij zooveel kinderen als wij in weinige minuten vermogten, bijeen verzameld in de scholen te Blija, Ferwerd, Marrum en Hallum.
De schoollokalen, der eerste drie dorpen verdienen den naam van goed, dat van Hallum dien van uitmuntend. Maar ongelukkig valt het daglicht den kinderen in de oogen en op den rug, hetgeen nadeelig is voor het gezigt en een valsch licht op de tusschen de vensterramen hangende zwarte borden werpt.
Het resultaat van mijn onderzoek nopens het onderwijs is aIs volgt: Te Blija wordt de klankmethode van den Groningschen onderwijzer Rijkens gevolgd, waarbij de verschillende klanken van iedere klinkletter door een verschillend geluidsteeken ‎(accent)‎ worden aangewezen. Er wordt op vrij goeden toon gelezen, een weinig gerekend, ook uit het hoofd, en eene matige hand geschreven.
Te Ferwerd werd de klankmethode met krijt op het zwarte bord geleend, tamelijk goed gelezen en gerekend. doch veel beter geschreven dan te Blija.
Te Marrum trof ik Nieuwolds schuifrad aan voor de klankmethode, hoorde ik op gepasten toon lezen. Geene oefeningen in het rekenen uit het h'oófd hadden er plaats. Er werd er geschreven en de kaart van Vriesland beoefend. Ik nam hiergeoene proef van het gezang; maar zij gaf mij geen groot denkbeeld van des onderwijzers muzikaal gehoor.
Te Hallum is niet alleen het lokaal, maar ook het onderwijs ,verreweg het beste van deze vier scholen, blijkens het gepast lezen, waarbij Nieuwolds schuifrad in den aanvang wordt gebezigd, het oordeelkundig ontleden van volzinnen en verstandsscherpend rekenen uit het hoofd. De schrijfkunst werd er matig beoefend.
Westdongeradeel, in deze grietenij heb ik twee scholen bezocht. Te Holwerd, de woonplaats van den schoolopziener, en alzoo mede ,van hem vergezeld. Het schoollokaal vond ik zeer groot, in twee zalen verdeeld, doch alles slordig en de hoofdonderwijzer H. W. Smidt lusteloos. Het onderwijs was dan ook in een achterlijken staat, zonder uitzicht op beterschap, zoo lang de hoogbejaarde schoolopziener in functie blijft. En dat in eene school van ruin 250 kinderen!
Te Waax,; hier is het schoollokaal klein, doch groot genoel 'voor het 30 á 40-tal kinderen. Het onderwijs vond ik middelmatig. Onder eenen volijverigen schoolopziener zoude het beter gaan.
Grietenij Oostdongeradeel. De scholen dezer grietenij liggen op verwijderden afstand van de woning des schoolopzieners. Ik mogt dus van hem, op zijner leeftijd, niet vergen mij derwaarts te verzellen. Vijf scholen heb ik in dezelve bezocht, als te Aalsum; lokaal en onderwijs vrij goed. Anjum, waarop niets te roemen is, dan op het ruim, net ingerigt lokaal; Lioessens, waar ik reden had van tevredenheid, niet over het vierkante, slechte lokaal, maar over den nog jongen onderwijzer J. van der Vliet, doch waar, even gelijk te Anjum, het verstandsloos spellen nog in zwang was, en zulks om tegemoet te komen aan het vooroordeel der ouders tegen de klankmethode. Ik heb hem geraden klank- en spelmethode te vereenigen, als het beste middel om den tegenstand te overwinnen. Voor het overige had hij zijn onderwijs naar de verbeterde leerwijze ingerigt.
Metslawier; in deze school heb ik een geruimen tijd met genoegen doorgebracht. Het schoolvertrek en de schoolmeubelen zijn zeer voldoende. Overal heerscht zindelijkheid en orde. De onderwijzer Salverda had hier ‎(den zetel van den grietman)‎ met geen vooroordeel te kampen. Klankmethode, lees- en leerwijze, redekundige ontleding, uit het hoofd rekenen, aardrijkskunde van Vriesland, werden hier met oordeel en goed gevolg onderwezen.
Morra; behalve het lokaal deugt hier niets. De onkunde was groot. De kinderen kenden niet eens den naam der grietenij waarin zij wonen. Hetgeen in dit district vooral achterlijk is, is de schrijfkunst. En wat de schoollokalen betreft, zij hebben schier alle het gebrek, dat het daglicht er verkeerd invalt.

Geboorte kind:
, Marten
geboortedatum:
21-03-1773
kerk:
Kerk Lam en Toren
godsdienst:
Doopsgezind
vader:
Martens, Sijbrand
moeder:
Woubeek, Elsje
bron:
298 p. 261 ‎(oud pag. 261)‎ nr. 11
Archief van de Burgerlijke Stand: doop-, trouw- en begraafboeken van Amsterdam ‎(retroacta van de Burgerlijke Stand)‎
Doopregister: NL-SAA-23536243

Volwassen doop inschrijvingsdatum:
04-03-1795
dopeling:
Martens, Marten
getuige:
Hesselink, Gerrit
getuige:
L??ederbaar, Romke Gerbens
bronverwijzing:
Archief 1120, invnr.215, p.92
Archief van Verenigde Doopsgezinde Gemeente van Amsterdam en rechtsvoorgangers
Lidmaten doopsgezinden: NL-SAA-30197359

Huwelijk Westdongeradeel, huwelijken 1800
Vermelding: Attestatie afgegeven op 12 januari 1800 in Holwerd
Man : Marten Martens afkomstig van Holwerd
Vrouw : Amelia Johanna Brouwer afkomstig van Blija
Opmerking : hij is Doopsgezind leraar te Holwerd

Gestandaardiseerde namen: MARTEN MARTENS en AMALIA

Bron:
Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmatenboeken‎(DTBL)‎
Trouwregister Hervormde gemeente Holwerd 1656-1811
Inventarisnr.: DTB 757
Op microfiche beschikbaar op de studiezaal van Tresoar

Huwelijk Westdongeradeel, huwelijken 1800
Vermelding: Attestatie afgegeven op 12 januari 1800 in Holwerd
Man : Marten Martens afkomstig van Holwerd
Vrouw : Amelia Johanna Brouwer afkomstig van Blija
Opmerking : hij is Doopsgezind leraar te Holwerd

Gestandaardiseerde namen: MARTEN MARTENS en AMALIA

Bron:
Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmatenboeken‎(DTBL)‎
Trouwregister Hervormde gemeente Holwerd 1656-1811
Inventarisnr.: DTB 757
Op microfiche beschikbaar op de studiezaal van Tresoar

Overlijden van een partner Voorheen gem West-Dongeradeel.

Overleden Voorheen gem West-Dongeradeel.

Overleden Bron: Memories van successie
Soort registratie: Inschrijving Memorie van successie
Plaats: Holwerd

Bijzonderheden:
Filmnummer: 163
Er behoorde geen onroerend goed tot de nalatenschap

DG-leraar; vader van Sybrand-Petrus-Brouwer, genees/heel/vroedmeester Ferwerd, Johanna-Sophia ‎(vrouw van Gerrit Willemsen, timmerman Amsterdam)‎, Elsje-Elisabeth ‎(vrouw van Sybrand Martens, schrijnwerker Groningen)‎, wijlen Jitske-Dyonisia ‎(vrouw van Hendrikus Juit, grutter aldaar; moeder van minderjarige Hendrika Hendrikus Juit)‎ en Petronella-Brouwer Martens Martens, te Ferwerd.

Overledene
Marten Martens overleden op 12-02-1852 wonende te Holwerd

Bronvermelding
Memories kantoor Holwerd, archiefnummer 42, Memories van successie - Tresoar, inventarisnummer 9006, aktenummer 1244
Gemeente: Westdongeradeel
Periode: 1852-1854


Bekijk notities betreffende ...


Bronnen

Bron
Kaart Ferwerd
/home/pa3fre/familie.gpkg.media/KrtFerwerd.jpg/home/pa3fre/familie.gpkg.media/KrtFerwerd.jpg



/home/pa3fre/familie.gpkg.media/KrtFerwerd2.jpg/home/pa3fre/familie.gpkg.media/KrtFerwerd2.jpg



Toon details Gedeelde Notitie: - Sibrand Martens Eindhoven:
Hier een kaart uit Ferwerd van oude jeugdvriend van Opa. Op 15 juni 1931 werd Opa 65 en nam hij afscheid van zijn school . Ter gelegenheid daarvan is deze kaart. Ik stuur de achterkant ook. Ik denk niet dat het oude doktershuis er op staat, waar Opa geboren is. Toen ik in mijn jeugd in de buurt van Ferwerd logeerde was daar een oude dame die wel over dokter Martens had horen praten. Ik heb ergens in eigen album een foto van een huis in Ferwerd waarvan ik vermoed dat dat het doktershuis is geweest. Toen een zaak = winkelhuis.


Bron
Marten Martens Schoolopziener

Toon details Gedeelde Notitie: - Bron: Schoolkrant LES

Schoolopziener Marten Martens

Sibrand Martens

Een van de eerste schoolopzieners in Nederland was Marten Martens ‎(1773-1852)‎. Hij trad aan in een tijd dat de onderwijsinspectie nog in de kinderschoenen stond. Die speelde een zeer belangrijke ‎(leidende)‎ rol in het onderwijsbeleid van de eerste helft van de negentiende eeuw. Al in de eerste nationale onderwijswet ‎(1801)‎ was het land opgedeeld in diverse departementen die op hun beurt weer in schooldistricten verdeeld waren. De districten kregen elk hun eigen schoolopziener die tot hoofdtaak had scholen te inspecteren op de naleving van de nieuwe onderwijswet. De vervangende wet van 1806 bevatte zelfs een uitgebreide instructie voor schoolopzieners, waaraan Martens, die in 1806 als districtsschoolopziener begon, zich moest houden. Hij had het toezicht op de scholen in het zevende district van het departement van de Eems, later zou dit het derde district van de provincie Friesland worden. Maar wie was deze Martens en wat heeft hij voor het onderwijs betekend?

Doopsgezind predikant
Marten Martens was geboren in Amsterdam en opgegroeid in achtereenvolgens Amsterdam, Hallum, Graft en Friedrichstadt. Zijn vader Siebrand Martens was in deze plaatsen doopsgezind predikant. Marten studeerde van 1791 tot 1798 aan het Doopsgezind Seminarium te Amsterdam. Na zijn proponentsexamen aanvaardde hij het 'beroep' van de gecombineerde gemeenten Holwerd, Blija en Vischbuurt in het noordoosten van Friesland. Al snel na zijn komst sloot hij zich aan bij de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. Daarmee deelde hij zijn belangstelling voor het onderwijs aan 'min-geoefenden'. Martens heeft aan het nieuwe leren, dat 't Nut propageerde en dat gericht was op de emancipatie van de volksklasse, een grote bijdrage geleverd.
De eerste jaren van zijn predikantschap gebruikte Martens om zich in zijn gemeente in te werken. Januari 1800 trad hij in het huwelijk met Amelia Brouwer, de dochter van Petrus Brouwer, zijn Hervormde collega in Blija en Hogebeintum. Deze droeg zijn pas verworven schoolopzienerschap in 1806 over aan zijn schoonzoon. Misschien voelde Brouwer zich reeds te oud om deze zware taak op zich te nemen of schrok hij terug voor alle nieuwe taken die de onderwijswet van 1806 op de schouders van schoolopzieners legde. Bovendien kon het jonge gezin van Martens wel een extra inkomen gebruiken. Martens zou deze functie zijn verdere arbeidzame leven vervullen. Hij had het toezicht op de scholen in het gebied van Dokkum, Oost- en Westdongeradeel, Ferwerderadeel, Dantumadeel, Kollummerland, Schiermonnikoog en Ameland. Als districtsschoolopziener was hij ook lid van de departementale- later provinciale onderwijscommissie. Na verloop van tijd zou hij daarvan voorzitter worden.

Schoolopziener
Het eerste wat Martens als schoolopziener deed was de onderwijzers in alle grietenijen , uit zijn district in gezelschappen samen te brengen. Dat behoorde tot zijn taak. Het vierde artikel van de instructie bij de schoolwet van 1806 luidde: 'Inzonderheid zal hij er zich op toeleggen, om door onderrichting en aanmoediging den ijver der Onderwijzers op te wekken en gaande te houden, en hen te dien einde in meerder of minder aantal, op vastgestelde tijden, hetzij in zijne woonplaats, hetzij in andere gedeelten van zijn District zooveel mogelijk, bij herhaling om zich heen te verzamelen, zich met hen onderhoudende over de bedoelingen en werkzaamheden van hunnen gewichtigen post, en over de voorgeschreven en beste wijze om denzelven getrouw en ten meesten nutte der Jeugd waar te nemen.' Martens stond wat dit betreft voor een immense opdracht, want zijn gebied was uitgestrekt. Dat betekende dat hij op zaterdag, de dag voordat hij op twee verschillende plaatsen moest preken, meestal een grote afstand had af te leggen om deze bijeenkomsten te leiden. Hij nam zijn taak om bij onderwijzers de kennis van hun vak te verdiepen met verve op. Hij besprak lees- en rekenboeken en de didactiek van deze vakken en zag er op toe dat onderwijzers het besprokene op scholen ook toepasten. Daarvoor moest hij zich echter eerst zelf verdiepen in de lesstof en de toen beschikbare onderwijsleermiddelen. Dit was lastig omdat in zijn tijd het onderwijs nog niet goed georganiseerd was en onderwijzers niet veel meer waren dan oppassers die kinderen zoet hielden met het zingen van psalmen en het opdreunen van het abc en gebeden. Bovendien was het klassikaal onderwijs, dat een andere didactiek vergde, nu verplicht, evenals het schoolbord en de verdeling van de school in niveauklassen. Martens beijverde zich deze nieuwe didactiek en bijbehorende leermiddelen bij onderwijzers te bevorderen. Hij stimuleerde het gebruik van het schoolbord en een verdeling van de school, vaak in één ruimte ondergebracht, in niveauklassen en in rijen van banken. Een praktisch probleem was dat schoolgebouwen veelal bedompte ruimten waren, die de naam klaslokaal niet waard waren. Juist op dit punt was Martens kritisch. Hij schreef menige brief naar grietenijbestuurders, waarin hij erop wees dat hun school onvoldoende lichtinval had, te weinig mogelijkheden tot luchtverversing bood of te klein was in verhouding tot het aantal leerlingen.

Schrijverschap
Martens nam zijn taak als schoolopziener hoog op. Dat blijkt ook uit vertaling van met name Duitse boeken die hij voor onderwijzers belangrijk vond. Een ervan was Zielleer voor kinderen van August D.H.Siebeck, directeur van een instituut voor onderwijs. Hij bewerkte het bovendien voor toepassing op Nederlandse scholen en besprak het in zijn onderwijsgezelschappen. Martens had grote waardering voor geestverwanten in Duitsland; dat land typeerde hij zelfs als 'de moeder der verbetering'. Hij verdiepte zich in de werken van Duitse verlichtingspedagogen als de filantropijnen, Von Rochow en Pestalozzi. Zij hebben zich ingezet voor de verbreiding van kennis en deugd door middel van onderwijs van de volksklasse. Martens was iemand die zich inspande de Duitse verlichtingspedagogiek in Nederland te introduceren. Hij vertaalde maar liefst veertig boeken van bijvoorbeeld Jacob Glatz, August W. Zachariae, Johann A.C. Löhr en Johann H. D. Zschokke. De laatste werkte in Zwitserland met Pestalozzi samen aan diverse onderwijsprojecten. Martens maakte zich in titels bekend door de toevoeging 'door den schoolopziener M.M.'. Onder die vertaalde werken bevonden zich ook kinder- en schoolboeken, die zich onderscheidden van andere leesboeken door de speelse teksten, het achterwege blijven van een nadrukkelijk moraliserend toontje en het werken met illustraties. Een ervan was Zoo gaat het in de kinderwereld! Een geschenk voor deugdlievende en naarstige leerlingen van Löhr, een boekje dat bijvoorbeeld in 1831 op een Haagse Nutsschool als prijsgeschenk dienst deed. Het thema van zedelijke opvoeding liep als een rode draad door Martens' vertaalde boeken.
In lijn met de opvattingen van Duitse pedagogen was Martens pleitbezorger van een taakuitbreiding van de school. Aan het einde van zijn loopbaan schreef hij: 'Hoe gemakkelijk kan hier de verwaarloosde huiselijke opvoeding verholpen worden, wanneer het den onderwijzer niet aan opvoeding, belangstelling en bekwaamheid ontbreekt?' Eerder lanceerde hij een soort credo: de school diende 'om kinderlijke liefde in de harten der jeugd, vaderlijke minzaamheid in de gemoederen der onderwijzeren aan te kweeken en zowel de ontwikkeling der verstandelijke vermogens als de beschaving van het hart aan de onfeilbare wetten van eenvoudigheid, redelijkheid, orde, verscheidenheid en liefde te verbinden.'
Daarnaast was Martens actief in het vakblad voor onderwijzers, de zogenaamde Bijdragen betrekkelijk den staat en de verbetering van het schoolwezen, die sinds 1806 maandelijks verschenen en waarvoor de minister verantwoordelijk was. Vele artikelen daarin zijn van zijn hand.

Op de bres voor onderwijzers en de kwaliteit van het onderwijs
Martens kwam regelmatig op voor de belangen van onderwijzers. Hij onderhandelde met plaatselijke overheden over hogere salarissen; in zijn ogen waren die ver beneden de maat. Onderwijzers moesten het hoofd boven water zien te houden door neventaken als koster, voorzanger of organist. Ook uit het geven van avondlessen had hij bijverdienste. Daarnaast moest hij schoolgeld innen, hetgeen Martens een doorn in het oog was. Dat leidde namelijk tot 'onvriendelijke ontmoetingen en ruwe bejegeningen' en stond de verdere professionalisering van de onderwijzer in de weg. Martens bracht gedetailleerde ideeën naar voren over de tarieven van een schoolbelasting voor iedereen, ongeacht of men kinderen op school had, en over wijze van inning ervan. Daarnaast pleitte hij voor een pensioenregeling. Met vreugde schreef hij in een verslag dat 'den welverdienende 83jarige Stephanus Rosier' door de gemeente Hantum een pensioen van tweehonderd gulden 'ad Vitam' kreeg toegekend: 'Zulk een edel gedrag verdient vermelding en in soortgelijke gevallen navolging'.
Daarnaast was Martens actief in het verbreiden van de vernieuwingsideeën die aan de onderwijswetgeving ten grondslag lagen. Hij beperkte zich daarbij niet tot onderwijzers. Zo belegde hij in Ferweradeel een bijeenkomst voor de baljuw, gemeentesecretaris, landdrost en onderwijzers over de Algemeene bepalingen nopens het Lager Schoolwezen van zijn Friese collega H.W.C.A. Visser. Hij sprak op die gelegenheid over een weduwefonds ten behoeve van onderwijzersvrouwen, het juiste gebruik van turf op school, het overleg met de plaatselijke predikanten, het tijdstip voor de zondagsschool en de bekostiging van het onderwijs. Martens deed daar ook voorstellen om het schoolverzuim terug te dringen. De onderwijzer zou elke maand een lijst met absente leerlingen bij de baljuw moeten indienen en was verantwoordelijk voor het gedrag van zijn leerlingen 'langs de weg'. Daarnaast lanceerde hij voorstellen tot inhoudelijke verbetering van het onderwijs. Het openingsgebed diende maandelijks vernieuwd te worden. De keuze voor te zingen psalmen en gezangen moest zorgvuldig gebeuren en de inhoud ervan diende aan kinderen eerst te worden uitgelegd. Lichamelijke straffen waren verboden. Ter verbetering van de volksgezondheid voerde hij een pleidooi tegen het toelaten van kinderen op school als ze niet waren ingeënt tegen pokken en voor het ontslaan van schoolmeesters die zich tegen deze vaccinatie verzetten.
Martens zette de puntjes op de i van de onderwijswetgeving. Hij zal er een hele kluif aan hebben gehad zijn scholen op de naleving ervan te controleren. Bovendien was hij verplicht twee maal per jaar de scholen binnen zijn district te bezoeken en toe te zien op bijvoorbeeld de lesroosters, benoemen en functioneren van leerkrachten en wijze van lesgeven. Dit alles was in zijn tijd bijna een onmogelijke taak. De afstanden naar de scholen waren groot en de middelen van vervoer primitief: te voet, per rijtuig of met de ‎(trek)‎schuit. Eilanden als Ameland of Schiermonnikoog waren lastig bereikbaar. Bovendien waren er vaak problemen op scholen. Hij kreeg te maken met onderwijzers die niet waren opgewassen tegen hun nieuwe taak of zich niet aan de regels hielden. Later toen enkele onderwijzers zich bij de Afgescheidenen aansloten trad hij op tegen het toelaten van ongevaccineerde kinderen, het dreigen met hel en verdoemenis of het toepassen van lichamelijke straffen. Dit laatste speelde bij Reint Taekes Beerda uit Suawoude, die uiteindelijk in 1839 ontslag kreeg aangezegd. Soms waren er onderwijzers 'die zich aan overdrevene begrippen in het godsdienstige overgaven'

Friesland
Friesland heeft veel betekend voor het Nederlandse onderwijs. Invloedrijke schoolopzieners hadden daar hun domicilie. Naast Martens, waren dat de reeds genoemde Visser en Nieuwold, de 'Friese Pestalozzi'. Visser droeg in theoretisch opzicht aan het onderwijs bij en Nieuwold maakte naam als vernieuwer van het leesonderricht. Bij de inwijding in de Grote Kerk te Leeuwarden van een monument voor Nieuwold, waar tweehonderd onderwijzers en 27 gezelschappen aanwezig waren, hield Martens als voorzitter van de provinciale Onderwijscommissie een rede in versvorm. Daarin dichtte hij Nieuwold toe dat hij 'de grondslag legde tot het koningrijk der hemelen in de Nederlandsche scholen'.
Martens had ook specifieke betekenis voor Friesland zelf, en met name voor de liederencultuur. Door hem kwam er veel aandacht voor het zangonderwijs en het zingen. In schooldistricten ontstonden onderwijzerszangverenigingen. Het Nut richtte zangscholen op waar onderwijzers de dirigeerstok hanteerden. Martens introduceerde in zijn gemeenten de bundels Christelijke Gezangen en de zogenaamde Kleine Bundel. Hij liet zijn voorzangers zondags deze nieuwe liederen instuderen. Martens schreef bovendien zelf liedbundels voor de Friese jeugd als Gezangen voor de Vriesche schooljeugd, om gezongen te worden op het dubbel volks-feest van den 17 en 18 november ‎(1821)‎ en Gezangen voor de Vriesche schooljeugd ‎(1822)‎.

Emeritaat
In de laatste jaren van zijn werkzame leven was Martens van weinig betekenis meer. Hoofdinspecteur Wijnbeek schreef over zijn inspectiereis in Friesland in 1837 dat de 'vergevorderde leeftijd' van Martens - hij was toen 64 - een belangrijke beperking vormde voor de inzet van deze schoolopziener. De school in Holwerd was verre van een modelschool, die men toch in de woonplaats van een schoolopziener kon verwachten. Wijnbeek schreef: 'hij schijnt dus niet zo krachtvol aan de schoolverbetering te kunnen arbeiden als weleer'
Bovendien waren nog niet overal armenscholen. Deze ontbrak bijvoorbeeld in Dokkum, hoewel er 120 kinderen daarvoor in aanmerking kwamen. In 1845 kon Wijnbeek tot zijn tevredenheid constateren dat ook in Dokkum honderd kinderen de armenschool bezochten. Wijnbeek noemde Martens toen 'hoogbejaard' en hij vond hem niet langer meer geschikt voor zijn zware taak, waaronder het bezoeken van scholen. Martens was volgens Wijnbeek ook in een ander opzicht minder 'draagkrachtig': ' 's Mans huiselijke toestand grenst aan de behoeftigheid en Gedeputeerde Staten zijn uit meewarigheid huiverig om zijn ontslag te provoceren' Ja, een schoolopziener was voor het leven benoemd en het extra inkomen van zo'n vierhonderd gulden was voor een plattelandsdominee meer dan welkom!
In 1849 ging Martens, na zijn gemeenten ruim vijftig jaar gediend te hebben, met emeritaat en legt hij ook, na een ambtsperiode van 43 jaar, het schoolopzienerschap neer. In zijn in dichtvorm gestelde 'Welkomsgroet' op 11 november 1849 aan zijn opvolger Doede Plantinus zei hij:
'o Zaagt gij kasten vol papier
Door mijne pen beschreven,
Gewijd aan kansel, school en lier,
Gij riept: "De schrijfkunst leve!'
Een kortere samenvatting van zijn leven is niet mogelijk!

Literatuur:
I. van Hoorn ‎(1907)‎. De Nederlandsche schoolwetgeving voor het lager onderwijs, 1796-1907. Groningen: Noordhoff.
S.P Martens & S. Vuyk ‎(2005)‎. 'Ik heb het groote doel mijner Aardsche bestemming bereikt.' De brieven van student Marten Martens ‎(1794-1798)‎ en zijn leven als doopsgezind predikant, schoolopziener, vertaler en dichter in Friesland ‎(1798-1852)‎. Deel IV van de serie Manuscripta Mennonitica ‎(P. Visser, red.)‎. Hilversum: Verloren.
M. Martens ‎(1820)‎: 'Hulde aan de nagedachtenis van den vermaarden schoolhervormer J.A.Nieuwold, bij gelegenheid van de plegtige toewijding van een ter zijner eere in de Groote Kerk der hervormden te Leeuwarden gesticht monument'. Leeuwarden: Brouwer.

Voetnoot:
Nagelaten Gedichten van M.Martens, Predikant te Holwerd, leeuwarden, L.Dykstra, 1854. p. 42.


Bron
Uitgaven Marten Martens

Toon details Gedeelde Notitie: - Lijst van door 5, Leeraar der-Doopsgezinden te Holwerd,
Blija en Vischbuurt, enz: uit Hoogduitsche en Fransche talen in de Nederduitsche overgebrachte werken, alsmede van door hemzelven, zoo in dicht als ondicht, geschrevene stukken.

- 1796 De Kleine Jack.
Te Amsterdam bij Poster.‎(Uit het Hoogduitsch)‎
- 1818 H.D.Kat: Dagboek eener reis naar Groenland, door voorn. uitgegeven en met bijvoegselen vermeerderd. Het portret van H.D.Kat en een kaart van Groenland.
Te Haarlem bij de Wed A.Loosjes.
- 1819 H.D.Kat:Lotgevallen van een Zwitsersch Landverhuizer op zijne reize naar Noord-Amerika en de West-Indien, en van daar terug in 1816-1818.
Te Haarlem bij de Wed A.Loosjes. ‎(Uit het Hoogduitsch)‎
- 1820 J.J.Morier: Tweede reis in Perzie, Armenie en Klein-Azie, enz: gedaan in 1810-1816. Twee deelen.
Te Haarlem bij de Wed A.Loosjes. ‎(Uit het Fransch)‎
- 1821 J.Glatz: Uitgezochte vertellingen voor jonge lieden. Met platen.
Te Haarlem bij de Wed A.Loosjes.‎(Uit het Hoogduitsch)‎
- 1821 A. Zachariae: Geschiedenis der Grieken, een Leesboek voor de Jeugd. 2 stukjes.
Te Zutphen bij Thieme.‎(Uit het Hoogduitsch)‎
- 1822 A.F.E.Langbein: Sprookjes en vertellingen..
Te Haarlem bij de Wed.A.Loosjes.‎(Uit het Hoogduitsch)‎
- 1822 J.A.C.Loehr: Kinderlijke Oogenblikken aan den Godsdienst gewijd.
Te Haarlem bij de Wed A.Loosjes. ‎(Uit het Hoogduitsch)‎
- 1822 A.Ochlenschlaeger: Brieven naar huis geschreven op eene reis door Duitschland en Frankrijk in 1816 en 1817. 2 Deelen.
Te Haarlem bij de Wed A.Loosjes. ‎(Uit het Hoogduitsch)‎
- 1823 A.D.H.Siebeck: Zielleer voor Kinderen.
Te Franeker bij Ypma.‎(Uit het Hoogduitsch.)‎
- 1823 J.A.C.Loehr: Kinderlijke verhalen en taferelen voor het hart en gevoel.
Te Haarlem bij de Wed A.Loosjes.‎(Uit het Hoogduitsch)‎
- 1824 J.A.C.Loehr:Zoo gaat het in de Kindervereld.
Te Haarlem bij de Wed A.Loosjes.‎(Uit het Hoogduitsch)‎
- 1825 K.H.Andre ‎(Pseud. van Joham Heinrich Meynier)‎: Schilderijen uit het menschelijk leven ten dienste der rijpere jeugd.‎(Met gegrav. tit. en pl.)‎
Te Haarlem bij Wed A.Loosjes.‎(Uit het Hoogduitsch)‎
-1826/27Pichot, Amedee. Geschied- en letterkundige reis naar Engeland en Schotland. 3 dln. met gegrav. tit.,vign. en pl.
Te Haarlem bij de Wed A.Loosjes ‎(Uit het Fransch)‎
- 1827 J.C.von Thiele. De kluizenaar in St. Petersburg; een tafereel in de smaak van Jouy. Met gegrav. tit. en vign.
Te Haarlem bij de Wed A.Loosjes. ‎(Uit het Hoogduitsch)‎
- 1828 C.Sidons: De Vereenigde Staten van Noord-Amerika in hunne staatkundige, godsdienstige en maatschappelijke betrekkingen beschouwd.
Te Leeuwarden bij Steenbergen van Goor ‎(Uit het Hoogduitsch)‎
- 1828 J.H.D.Zschokke: Addrichen Moos en zijn Nicht. 2 Deelen.
Te Haarlem bij de Wed A.Loosjes.
- 1829 Willemsen: Jucunda.
Te Haarlem bij de Wed A.Loosjes.‎(Uit het Hoogduitsch)‎
- 1829 A.F.E.Langbein: Herfstbloemen.
Te Haarlem bij de Wed A.Loosjes.‎(Uit het Hoogduitsch)‎
- 1829 Hendrik Luden: Het Leven van Huig de Groot. Met eene uitvoerige voorrede van den vertaler.
Te Leeuwarden bij Steenbergen van Goor.‎(Uit het Hoogduitsch)‎
- 1830 J.H.D.Zschokke: De Kreool.
Te Haarlem bij de Wed a.Loosjes.‎(Uit het Hoogduitsch)‎
- 1831 J.N.Mueller. Zedenspiegel voor Dienstboden. 3 Deeltjes.
Te Haarlem bij de Wed A.Loosje5.‎(Uit het Hoogduitsch)‎
- 1832 Karoline Pichler - von Greiner: Henriette van Engeland.
Te Haarlem bij de Wed A.Loosjes.‎(Uit het Hoogduitsch)‎
- 1832 J.P.F Deleuze: Eudoxus, of gesprekken over de beoefening der wetenschappen, der Letteren en der Wijsbegeerte. 2 Deelen.
‎(Uit het Fransch)‎ Dec 1836 nog onuitgegeven en in handen van de boekdverk. J.O. te G..
- 1832 C.H. Spiesz: De Oude overal en nergens Spookgeschiedenis, of Romantische Ridder Tafereelen uit de 9de en 10de eeuw.
‎(Uit Hoogduitsch proza in Nederlandsche Alexandrijnen overgebracht)‎ Dec 1836 nog onuitgegeven.
- 1833 C.Spindler; Het Spookachtig Kasteel.‎(Overgenomen uit een Hoogduitsch werkje, ten titel voerende: Sommersnalven: Erzaehlungen und Novellen, 2ten Band, Stuttgart, Hallbergersche Verlagshandlung, 1833)‎
Te Amsterdam bij Schleijer.
- 1834 J.N.Mueller: Deugdspiegel, of Pligten der Kinderen jegens hunne Ouders, opgehelderd door voorbeelden uit de geschiedenis.
Te Haarlem bij de Wed A.Loosjes ‎(Uit het Hoogduitsch)‎
- 1835 Claudius: Belangrijke Brief aan zijnen zoon Joannes, benevens gouden en zilveren A.B.C.
Te Groningen bij A.Kamerlingh W.z.‎(Uit het Hoogduitsch)‎
- 1836 Ludwig Bellstab: De Jagtstrooper.
Te Haarlem bij de Wed A.Loosjes.‎(Uit het Hoogduitsch)‎
- 1836 Amalia Schoppe, geb Weise: De beide kleine Koorddansers, of wonderbare lotgevallen van twee kinderen, een leerzaam en onderhoudend leesboek voor de Jeugd.
Te Haarlem bij de Wed A.Loosjes.‎(Uit het Hoogduitsch)‎
- 1837 Jeugd en Deugd.
Te Haarlem bij de Wed A.Loosjes.‎(Uit het Hoogduitsch)‎


Stukken door M.Martens in dicht en ondicht uitgegeven.
- 1819 -Gezangen, bestemd voor de plegtige inwijding van het in den jare 1819 nieuw gestichte schoolgebouw te Oude Bildzijl.
Te Leeuwarden.

- 1820 -Hulde aan de nagedachtenis van den vergaarden schoolhervormer J.A.Nieuwold, bij gelegenheid van de plegtige toewijding van een ter zijner eere in de Groote Kerk der hervormden te Leeuvarden gesticht monument.‎(Dichtstuk)‎
Te Leeuwarden bij J.W.Brouver.

- 1821 -Gezangen voor de Vriesche Schooljeugd, om gezongen te worden op het dubbel volks-feest van den 17 en 18 november derzelve aangeboden door M.Martens.
Te Leeuvarden bij J.W.Brouver.

- 1822 -Idem, 2de bundeltje.

- 1825 -Aan God, bij de overstrooming in 1825. ‎(Dichtstuk)‎
Te Workum.

- 1826 -Lofspraak op Kersje Siedzes Meester en Jan Foekes Koster, beide woonachtig in het dorp Ballum op het eiland Ameland bij de plegtige uitreiking der eereblijken in de kerk der hervormden te Holwerd, op dinsdag den 27 september 1825, hun toegewezen door de loffelijke Maatschappij: Tot Nut van 't Algemeen ‎(.... )‎ ter oorzake van het edelmoedig redden van de equipage van het strandend galjas schip: De Louisa Augusta.
Te Leeuwarden bij J.W.Brouver.

- 1835 -Lofzang ter eere van God en Jezus Christus op het 1ste Eeuwfeest der Doopsgezinde Kweekschool te Amsterdam. ‎(Dicht5tuk)‎
Te Groningen bij A.Kamerlingh ‎(3de druk)‎

- 1836 -Feestrede of Dankbare uitboezeming op het eerste eeuwgetijde der Kveekschool bij de Societeit der Doopsgezinden te Amsterdam in vallende op Zondag den 6 van Wintermaand des jaars 1835, in dichtmaat. Met bijvoegselen en aantekeningen.
Te Groningen bij J.Oomkens.


Postuum uitgegeven

Nagelaten Gedichten van M.Martens, predikant te Holwerd.
‎(Bijeengebracht door zijn vriend en (hervormd)‎ collega R.Posthumus te Waxens, den 26 Junij, 1854)
Te Leeuvarden, bij L.Dijkstra, 1854

Volgens DBNL vertaald door M. Martens:
2574 - IX De Vlugteling op het Jura-Gebergte; Eene Zwitsersche Geschiedenis, door H. Zschokke. Uit het Hgd. ‎[door M. Martens.]‎
Haarlem, Wed. A. Loosjes Pz., 1825.
gr. 8o met vignet o.d. titel door J.E. Marcus naar G.J. Michaelis. VIII en 248 blz.
K.B.

2575 - Xa De Zwitsersche Opstand in 1653, of Addrich in Moos en zijne Nicht, door H. Zschokke. Uit het Hgd. ‎[door M. Martens.]‎
Haarlem, Wed. A. Loosjes, Pz., 1828-1829.
2 dln. gr. 8o met vignetten o.d. titels door D. Veelwaard naar H.P. Oosterhuis. 1e dl. VIII en 250 blz., 2e dl. IV en 324 blz.
K.B. A.

2576 -b- Hetzelfde werk. 2e dr.
Schiedam, H.A.M. Roelants, 1858.
kl. 8o. II en 443 blz.
B.

2577 - XI Zwitsersche Vertellingen, naar het Hgd. van H. Zschokke.
Amsterdam, J.C. van Kesteren, 1829.
gr. 8o met vignet o.d. titel door W. v. Senus naar A.v.L. VIII en 294 blz.

Geboorte aa Archief Doop-, trouw- en begraafboeken.

Toon details Gedeelde Notitie: - kind:
, Marten
geboortedatum:
21-03-1773
kerk:
Kerk Lam en Toren
godsdienst:
Doopsgezind
vader:
Martens, Sijbrand
moeder:
Woubeek, Elsje
bron:
298 p. 261 ‎(oud pag. 261)‎ nr. 11
Archief van de Burgerlijke Stand: doop-, trouw- en begraafboeken van Amsterdam ‎(retroacta van de Burgerlijke Stand)‎
Doopregister: NL-SAA-23536243

Volwassen doop Lidmatenboeken

Toon details Gedeelde Notitie: - inschrijvingsdatum:
04-03-1795
dopeling:
Martens, Marten
getuige:
Hesselink, Gerrit
getuige:
L??ederbaar, Romke Gerbens
bronverwijzing:
Archief 1120, invnr.215, p.92
Archief van Verenigde Doopsgezinde Gemeente van Amsterdam en rechtsvoorgangers
Lidmaten doopsgezinden: NL-SAA-30197359

Huwelijk aa Archief Doop-, trouw- en begraafboeken.

Toon details Gedeelde Notitie: - Westdongeradeel, huwelijken 1800
Vermelding: Attestatie afgegeven op 12 januari 1800 in Holwerd
Man : Marten Martens afkomstig van Holwerd
Vrouw : Amelia Johanna Brouwer afkomstig van Blija
Opmerking : hij is Doopsgezind leraar te Holwerd

Gestandaardiseerde namen: MARTEN MARTENS en AMALIA

Bron:
Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmatenboeken‎(DTBL)‎
Trouwregister Hervormde gemeente Holwerd 1656-1811
Inventarisnr.: DTB 757
Op microfiche beschikbaar op de studiezaal van Tresoar

Huwelijk aa Archief Doop-, trouw- en begraafboeken.

Toon details Gedeelde Notitie: - Westdongeradeel, huwelijken 1800
Vermelding: Attestatie afgegeven op 12 januari 1800 in Holwerd
Man : Marten Martens afkomstig van Holwerd
Vrouw : Amelia Johanna Brouwer afkomstig van Blija
Opmerking : hij is Doopsgezind leraar te Holwerd

Gestandaardiseerde namen: MARTEN MARTENS en AMALIA

Bron:
Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmatenboeken‎(DTBL)‎
Trouwregister Hervormde gemeente Holwerd 1656-1811
Inventarisnr.: DTB 757
Op microfiche beschikbaar op de studiezaal van Tresoar

Huwelijk aa Archief Doop-, trouw- en begraafboeken.

Toon details Gedeelde Notitie: - Westdongeradeel, huwelijken 1800
Vermelding: Attestatie afgegeven op 12 januari 1800 in Holwerd
Man : Marten Martens afkomstig van Holwerd
Vrouw : Amelia Johanna Brouwer afkomstig van Blija
Opmerking : hij is Doopsgezind leraar te Holwerd

Gestandaardiseerde namen: MARTEN MARTENS en AMALIA

Bron:
Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmatenboeken‎(DTBL)‎
Trouwregister Hervormde gemeente Holwerd 1656-1811
Inventarisnr.: DTB 757
Op microfiche beschikbaar op de studiezaal van Tresoar

Overleden Memories van successie

Toon details Gedeelde Notitie: - Bron: Memories van successie
Soort registratie: Inschrijving Memorie van successie
Plaats: Holwerd

Bijzonderheden:
Filmnummer: 163
Er behoorde geen onroerend goed tot de nalatenschap

DG-leraar; vader van Sybrand-Petrus-Brouwer, genees/heel/vroedmeester Ferwerd, Johanna-Sophia ‎(vrouw van Gerrit Willemsen, timmerman Amsterdam)‎, Elsje-Elisabeth ‎(vrouw van Sybrand Martens, schrijnwerker Groningen)‎, wijlen Jitske-Dyonisia ‎(vrouw van Hendrikus Juit, grutter aldaar; moeder van minderjarige Hendrika Hendrikus Juit)‎ en Petronella-Brouwer Martens Martens, te Ferwerd.

Overledene
Marten Martens overleden op 12-02-1852 wonende te Holwerd

Bronvermelding
Memories kantoor Holwerd, archiefnummer 42, Memories van successie - Tresoar, inventarisnummer 9006, aktenummer 1244
Gemeente: Westdongeradeel
Periode: 1852-1854


Bekijk bronnen betreffende ...


Multimedia

Multimedia-object
/home/pa3fre/familie.gpkg.media/MAMA.JPG/home/pa3fre/familie.gpkg.media/MAMA.JPG  ‎(M378)‎

Multimedia-object
/home/pa3fre/familie.gpkg.media/MAMA2.JPG/home/pa3fre/familie.gpkg.media/MAMA2.JPG  ‎(M379)‎

Multimedia-object
/home/pa3fre/familie.gpkg.media/115-1515_IMG.JPG/home/pa3fre/familie.gpkg.media/115-1515_IMG.JPG  ‎(M380)‎

Multimedia-object
/home/pa3fre/familie.gpkg.media/PastHolMaMa.jpg/home/pa3fre/familie.gpkg.media/PastHolMaMa.jpg  ‎(M381)‎

Multimedia-object
/home/pa3fre/familie.gpkg.media/PastHolMaMa2.jpg/home/pa3fre/familie.gpkg.media/PastHolMaMa2.jpg  ‎(M382)‎

Multimedia-object
/home/pa3fre/familie.gpkg.media/PrStHoMaMa.jpg/home/pa3fre/familie.gpkg.media/PrStHoMaMa.jpg  ‎(M383)‎

Multimedia-object
/home/pa3fre/familie.gpkg.media/PrStHoMaMa2.jpg/home/pa3fre/familie.gpkg.media/PrStHoMaMa2.jpg  ‎(M384)‎

Multimedia-object
/home/pa3fre/familie.gpkg.media/GedMaMaElWo.jpg/home/pa3fre/familie.gpkg.media/GedMaMaElWo.jpg  ‎(M385)‎

Multimedia-object
/home/pa3fre/familie.gpkg.media/OvActMaMa.jpg/home/pa3fre/familie.gpkg.media/OvActMaMa.jpg  ‎(M386)‎

Multimedia-object
/home/pa3fre/familie.gpkg.media/OvActMaMaTr.jpg/home/pa3fre/familie.gpkg.media/OvActMaMaTr.jpg  ‎(M387)‎

Multimedia-object
/home/pa3fre/familie.gpkg.media/HuwAfkMaMaAmHoBr.jpg/home/pa3fre/familie.gpkg.media/HuwAfkMaMaAmHoBr.jpg  ‎(M388)‎

Multimedia-object
/home/pa3fre/familie.gpkg.media/TrBoMaMaAmBrBlija.jpg/home/pa3fre/familie.gpkg.media/TrBoMaMaAmBrBlija.jpg  ‎(M389)‎

Multimedia-object
/home/pa3fre/familie.gpkg.media/Gedicht M.M.jpg/home/pa3fre/familie.gpkg.media/Gedicht M.M.jpg  ‎(M390)‎
Bekijk media betreffende ...


Gezin met ouders
Vader
Siebrand MARTENS ‎(I1746)‎
Geboorte 11 mei 1741 45 51 Leeuwarden, Leeuwarden, Friesland, Nederland
Overleden 9 april 1816 ‎(Leeftijd 74)‎ Friederichstad a.d. Eider, Nordfriesland, Sleeswijk-Holstein, Duitsland
-7 maanden
Moeder
 
Elsje WOUDBEEK ‎(I1747)‎
Geboorte 25 oktober 1740 28 34 Enkhuizen, Enkhuizen, Noord-Holland, Nederland
Overleden 10 mei 1783 ‎(Leeftijd 42)‎ Graft, Schermer, Noord-Holland, Nederland

Huwelijk: 29 april 1770 -- Amsterdam, Amsterdam, Noord-Holland, Nederland
3 jaren
#1
Marten MARTENS ‎(I1743)‎
Geboorte 21 maart 1773 31 32 Amsterdam, Amsterdam, Noord-Holland, Nederland
Overleden 17 februari 1852 ‎(Leeftijd 78)‎ Holwerd, Dongeradeel, Friesland, Nederland
19 maanden
#2
Zus
Trijntje MARTENS ‎(I23552)‎
Geboorte 20 oktober 1774 33 33 Amsterdam, Amsterdam, Noord-Holland, Nederland
Overleden 18 januari 1775 ‎(Leeftijd 2 maanden)‎ Amsterdam, Amsterdam, Noord-Holland, Nederland
13 maanden
#3
Broer
Klaas MARTENS ‎(I8812)‎
Geboorte 11 november 1775 34 35 Amsterdam, Amsterdam, Noord-Holland, Nederland
Overleden 23 september 1836 ‎(Leeftijd 60)‎ Groningen, Groningen, Groningen, Nederland
17 maanden
#4
Broer
Hendrik MARTENS ‎(I8813)‎
Geboorte 20 april 1777 35 36 Hallum, Ferwerderadeel, Friesland, Nederland
Overleden 1 januari 1846 ‎(Leeftijd 68)‎ Friederichstad a.d. Eider, Nordfriesland, Sleeswijk-Holstein, Duitsland
1 jaar
#5
Broer
Symon MARTENS ‎(I36521)‎
Geboorte 8 april 1778 36 37 Hallum, Ferwerderadeel, Friesland, Nederland
Overleden 19 april 1778 ‎(Leeftijd 11 dagen)‎ Hallum, Ferwerderadeel, Friesland, Nederland
2 jaren
#6
Zus
Trijntje MARTENS ‎(I26604)‎
Geboorte 25 december 1779 38 39 Hallum, Ferwerderadeel, Friesland, Nederland
Overleden 2 april 1780 ‎(Leeftijd 3 maanden)‎ Hallum, Ferwerderadeel, Friesland, Nederland
3 jaren
#7
Zus
Trijntje|Elsje MARTENS ‎(I8814)‎
Geboorte 9 maart 1783 41 42 Graft, Schermer, Noord-Holland, Nederland
Overleden 19 februari 1784 ‎(Leeftijd 11 maanden)‎ Graft, Schermer, Noord-Holland, Nederland
Vaders gezin met Elisabeth CLAASSEN
Vader
Siebrand MARTENS ‎(I1746)‎
Geboorte 11 mei 1741 45 51 Leeuwarden, Leeuwarden, Friesland, Nederland
Overleden 9 april 1816 ‎(Leeftijd 74)‎ Friederichstad a.d. Eider, Nordfriesland, Sleeswijk-Holstein, Duitsland
10 jaren
Stiefmoeder
 
Elisabeth CLAASSEN ‎(I8809)‎
Doop 2 september 1751
Overleden 24 april 1805 ‎(Leeftijd 53)‎

Huwelijk: 29 januari 1787 -- Friederichstad a.d. Eider, Nordfriesland, Sleeswijk-Holstein, Duitsland
2 jaren
#1
Halfzuster
Elisabeth MARTENS ‎(I28700)‎
Geboorte 20 juni 1789 48 37 Friederichstad a.d. Eider, Nordfriesland, Sleeswijk-Holstein, Duitsland
Overleden 23 juni 1789 ‎(Leeftijd 3 dagen)‎ Friederichstad a.d. Eider, Nordfriesland, Sleeswijk-Holstein, Duitsland
Gezin met Amelia Johanna BROUWER
Marten MARTENS ‎(I1743)‎
Geboorte 21 maart 1773 31 32 Amsterdam, Amsterdam, Noord-Holland, Nederland
Overleden 17 februari 1852 ‎(Leeftijd 78)‎ Holwerd, Dongeradeel, Friesland, Nederland
3 jaren
Partner
 
Amelia Johanna BROUWER ‎(I1744)‎
Geboorte 27 november 1775 26 24 Blija, Ferwerderadeel, Friesland, Nederland
Overleden 21 maart 1847 ‎(Leeftijd 71)‎ Holwerd, Dongeradeel, Friesland, Nederland

Huwelijk: 12 januari 1800 -- Blija, Ferwerderadeel, Friesland, Nederland
9 maanden
#1
Dochter
Johanna Sophia MARTENS ‎(I1751)‎
Geboorte 15 oktober 1800 27 24 Holwerd, Dongeradeel, Friesland, Nederland
Overleden 22 december 1800 ‎(Leeftijd 2 maanden)‎ Holwerd, Dongeradeel, Friesland, Nederland
19 maanden
#2
Dochter
Johanna Sophia MARTENS ‎(I1752)‎
Geboorte 11 mei 1802 29 26 Holwerd, Dongeradeel, Friesland, Nederland
Overleden 16 mei 1856 ‎(Leeftijd 54)‎ Amsterdam, Amsterdam, Noord-Holland, Nederland
3 jaren
#3
Dochter
Elsje Elisabeth MARTENS ‎(I1753)‎
Geboorte 19 mei 1805 32 29 Holwerd, Dongeradeel, Friesland, Nederland
Overleden 23 maart 1889 ‎(Leeftijd 83)‎ Groningen, Groningen, Groningen, Nederland
2 jaren
#4
Zoon
Pieter Brouwer MARTENS ‎(I1755)‎
Geboorte 12 september 1807 34 31 Holwerd, Dongeradeel, Friesland, Nederland
Overleden 18 november 1813 ‎(Leeftijd 6)‎ Holwerd, Dongeradeel, Friesland, Nederland
3 jaren
#5
Dochter
Jetske Dionijtia MARTENS ‎(I1756)‎
Geboorte 18 juni 1810 37 34 Holwerd, Dongeradeel, Friesland, Nederland
Overleden 9 augustus 1845 ‎(Leeftijd 35)‎ Groningen, Groningen, Groningen, Nederland
4 jaren
#6
Dochter
Petronella Brouwer MARTENS ‎(I1758)‎
Geboorte 26 maart 1814 41 38 Holwerd, Dongeradeel, Friesland, Nederland
Overleden 2 juli 1882 ‎(Leeftijd 68)‎ Groningen, Groningen, Groningen, Nederland
3 jaren
#7
Zoon
Sybrand Pieter Brouwer MARTENS ‎(I0039)‎
Geboorte 18 juli 1817 44 41 Holwerd, Dongeradeel, Friesland, Nederland
Overleden 5 april 1889 ‎(Leeftijd 71)‎ Haarlem, Haarlem, Noord-Holland, Nederland